Het sprookje van Françoise Rire.

 

 Ergens ten zuiden van Parijs lag op een groene heuvel het prachtige kasteel van Françoise Rire. Françoise was lang en slank en had lang krullend goudblond haar, lichtblauwe ogen en een rode mond die altijd een beetje spot uitdrukte. Ze had een aanstekelijke lach die hard weerkaatste tegen de stenen muren van het kasteel. Als zij moest lachen, moesten de dienaren ook lachen of ze wilden of niet. Prinses Françoise had een groot wit paard waarmee ze keihard door de gele graanvelden kon rijden. De boeren waren daar wel verdrietig over omdat Françoise het graan vertrapte maar ze was nu eenmaal een prinses en de boeren konden alleen maar op hun tong bijten. Het gebeurde wel eens dat de boeren met hun handen op hun rug naar hun graanvelden stonden te kijken terwijl Françoise er met haar grote schimmel doorheen joeg. Als ze dan bij de boeren langs reed, stak ze haar tong uit, keek heel erg scheel en lachte daarna zo hard dat ze bijna van haar paard viel. En als de boeren elkaar dan aankeken dan moesten ze ook lachen of ze wilden of niet.

Françoise bespeelde geen muziek instrument. Ze zei steeds:”Spelen jullie maar dan dans ik wel!”. Ze maakte dan allerlei koddige pasjes met haar rode lakschoenen op de stenen vloer van de danszaal in het kasteel. Daarbij trok ze allerlei rare gezichten en maakte vreemde geluiden zodat iedereen in de lach schoot. Prinses Françoise gaf veel vrolijkheid maar toch waren de koning en koningin erg bezorgd over haar. Françoise zag altijd alleen maar de grappige kant van het leven en nooit de serieuze kant. Zo had ze een keer heel hard gelachen op de begrafenis van een neef. Ze bleef maar hard lachen. De andere mensen vonden dat niet gepast en voelden zich daarom gekwetst. Françoise begreep dat niet. Ze had toch gewoon plezier gehad? Er kwamen regelmatig jonge prinsen op bezoek bij Françoise om kennis te maken. Na een wandeling door de kasteeltuin met Françoise kwamen de prinsen nooit meer terug. Ze vonden haar te lichtzinnig, oppervlakkig en getikt. Ze zochten een verloofde die ook wel eens serieus kon zijn. De koning liet een zeer beroemde Duitse arts komen: dokter Herzenstube, een gezellige man met een dikke buik en volle rode wangen en een heel lage stem. Hij had een gouden kruis op zijn borst hangen aan een ketting om zijn dikke stierennek. Dokter Herzenstube nam de pols op van Françoise en luisterde naar haar hart. Toen zei hij: “Prinses Françoise ist gesund , alles zal goed kommen”. Daarna ging hij vol vertrouwen weg.

 

In de zelfde tijd leefde er een jonge Russische prins in een kasteel aan de rivier de Wolga, iets ten noorden van Moskou. Hij heette Vladimir Tranolov en had donkerbruin stijl haar, donkergrijze ogen en hoge jukbeenderen. Hij had een klein kozakken paardje. Als hij erop zat kon hij bijna met zijn voeten bij de grond. Hij reed altijd op wegen en paden omdat hij het land van de boeren niet wilde vertrappen. De boeren hielden zielsveel van hem. Als de prins bij hun langs kwam, maakte hij altijd even een praatje. Toch waren de boeren daarna vaak  een beetje verdrietig geworden omdat de prins zo vaak huilde. Niemand kon de prins troosten. De prins kon luit spelen en er prachtig bij zingen met een droevige warme bariton. Al snel liepen dan de tranen over zijn wangen en iedereen die luisterde moest na een paar keer slikken toch ook snikken. Niemand had de prins ooit zien lachen en daarom maakten de Tsaar en de Tsarina zich grote zorgen over hem. De Tsaar liet de vermaarde Duitse arts Herzenstube komen om de prins te onderzoeken. De vriendelijke arts nam zijn pols en luisterde naar zijn hart en zei toen: “Nieks aan die hand. Zo sjnel mogeliek drie minuten diep in die augen van Prinses Françoise kijken! Iek wiel auk daarbei sein!”.

De volgende dag ging er een stoet van rijtuigen op weg naar prinses Françoise. De Tsaar en de Tsarina vergezelden hun zoon Vladimir. Verder waren dokter Herzenstube en nog een aantal dienaren  en koetsiers present. De rijtuigen zaten ook vol met geschenken zoals de mooiste iconen. De reis duurde vele weken maar uiteindelijk kwamen ze bij het kasteel van prinses Françoise Rire aan. Dokter Herzenstube ging vooruit om precies te zeggen wat er moest gebeuren. Hij had een rood hoofd van opwinding. Hij zei dat iedereen zich moest verzamelen in de grote zaal van het kasteel. Daarna moesten Vladimir en Françoise heel langzaam naar elkaar toe lopen tot ze één pas van elkaar stonden. Dan moesten ze drie minuten diep in elkaars ogen kijken. Iedereen rende vol spannende verwachting naar de grote zaal in het kasteel. Toen iedereen binnen was en een plekje had gevonden kwamen Vladimir en Françoise uit twee tegenover elkaar staande deuren heel langzaam naar elkaar toegelopen. Vladimir huilde onophoudelijk en Françoise keek giechelend om zich heen. Toen ze vlak bij elkaar waren gekomen bleven ze staan om drie minuten diep in elkaars ogen te kijken. Het was heel stil geworden in de grote zaal. Zo stil dat je buiten de vogeltjes hoorde fluiten. Maar toen werden de vogeltjes zelfs ook stil zodat je de stilte kon horen ruisen. Iedereen hield zijn adem in en rekte zich uit om goed te kunnen zien wat er gebeurde. Françoise hield op met giechelen. De ogen van Vladimir begonnen langzaam op te drogen. Het leek wel of er lichtjes in zijn ogen waren ontstaan. Toen de drie minuten bijna om waren, sloten Françoise en Vladimir elkaar langzaam in de armen. Françoise huilde met diepe uithalen en Vladimir schuddebuikte van het lachen. Dokter Herzenstube maakte een vreugde dansje waarbij zijn dikke buik hem niet leek te hinderen. De minstreel begon een vrolijk lied te zingen en iedereen zong mee. Ook de vogeltjes buiten begonnen weer levendig te fluiten. Vladimir vroeg Françoise ten huwelijk en Françoise gaf hem, nog na snikkend, het ja-woord. Ze leefden nog lang en gelukkig en kregen drie gezonde dochters. Dokter Herzenstube werd hun hofarts en tevens hun huisvriend.