Het volgende artikel is de laatste in een drieluik over de koning en de nar, waarin ik verdedigde dat er naast de wijsheid ook de humor belangrijk is bij de innerlijke ontwikkeling.

 

                                     De koning en de nar (3).

 

Dit is het derde artikel over het zesvoudige pad in de Plusminus. Dat pad is een organisme van innerlijke oefeningen die een gezonde verbinding met de dagelijkse realiteit bevordert. Je gaat er beter van in je vel zitten en je bent daardoor beter tegen het leven opgewassen.

Bij de eerste drie oefeningen besteed je aandacht aan de manier waarop je eigen ziel functioneert: aandacht voor je denken (concentratie), aandacht voor je wil, aandacht voor je gevoelsleven. Bij de vierde en de vijfde oefening richt je je aandacht op de buitenwereld (positiviteit en onbevangenheid). In de zesde oefening probeer je de verschillende oefeningen in harmonie te brengen. De oefeningen zijn voor het eerst beschreven door Rudolf Steiner en door Joop van Dam uitgewerkt in het boekje “Het zesvoudige pad”. De eerste drie oefeningen heb ik eerder belicht en nu wil ik de vierde oefening (positiviteit) beschrijven.

 

Het is bij de positiviteits oefening niet de bedoeling om de negatieve en zwarte kanten van het leven te ontkennen of te verdoezelen. Sterker nog: deze oefening begint juist met het bewust worden van iets negatiefs. Een koning kan alleen regeren als hij rampen, hongersnood en bedreigingen moedig onder ogen durft te zien. De positiviteitsoefening bestaat uit het zoeken naar positieve aanknopingspunten in een negatieve situatie, zowel in het kleine als in het grote. Als een koor tijdens een repetitie, voor iedereen hoorbaar, vals heeft gezongen en door de dirigent wordt afgetikt en de dirigent zegt: “Eindelijk zijn jullie een keer foutloos in het ritme gebleven, heel goed!”, dan wordt er gelachen. Dat het vals was had de dirigent natuurlijk ook gehoord maar het weerhield hem er niet van te merken dat het ritmisch heel goed ging. Daarna kan hij dan aanwijzingen geven hoe de samenklank weer zuiver kan worden. Als het je lukt om iets positiefs te vinden in een vervelende situatie, wekt dat vaak plezier op. Het is een oefening waarbij humor, de narfactor, in de oefening zelf verborgen zit. Mensen die aanleg hebben voor positiviteit zijn vaak zonnig en sprankelend. Zij zijn niet snel onder de indruk van moeilijkheden en tegenslag door hun vertrouwen het positieve te kunnen vinden. Een van de grootmeesters in deze eigenschap is Nelson Mandela. Hij zat 10.000 dagen in de gevangenis (meer dan een kwart eeuw) en hij stapte als zelfverzekerde en milde man naar buiten. Ik citeer uit zijn boek “De lange weg naar de vrijheid”:

 

“Als mensen het haten kunnen leren, kunnen ze ook leren liefhebben, want liefde bereikt het hart van de mens veel vanzelfsprekender dan haat. Zelfs in de meest uitzichtloze tijden in de gevangenis, als mijn kameraden en ik tot het uiterste werden gedreven, zag ik soms een glimp van menselijkheid in een van de bewakers, misschien maar een seconde lang, maar het was voldoende om me gerust te stellen, zodat ik weer verder kon. De goedheid van de mens is een vlam die wel verborgen, maar niet uitgedoofd kan worden”.

 

De leven schenkende kracht van de positiviteit kan in het klein geoefend worden. Als iemand geïrriteerd kritiek op je levert en je kunt innerlijk erkennen dat de kritiek juist is dan kun je die kritiek toch waarderen ondanks de toon waarop het gezegd wordt. Dat is zowel voor jezelf als voor de criticus uitermate vruchtbaar. Het is belangrijk om je ervan bewust te zijn dat je je eigenlijk nooit ergert aan iemand als geheel maar altijd aan één of enkele eigenschappen. Het is de kunst om bij die persoon andere eigenschappen te willen zien die heel goed ontwikkeld zijn, waar je zelfs bewondering voor kunt hebben. Als je merkt dat je iemand door een gevoel van antipathie van je af wil stoten, doe je juist een stap naar die persoon toe met extra interesse voor positieve kanten. Hiermee bevrijd je jezelf uit de dwang van je eigen antipathie gevoelens. Je stapt uit je eigen schaduw om een ander te ontmoeten. Positiviteit geeft vaak aanknopingspunten in conflictsituaties die bij hypomanieën en manieën meestal niet zeldzaam zijn. Het geeft ook lucht als je bij opkomende depressie te negatief naar jezelf dreigt te worden. Als je hebt geoefend om het positieve in de ander te zien, wordt de kijk op jezelf ook milder.

 

Joop van Dam - Het zesvoudige pad

Nelson Mandela – De lange weg naar de vrijheid

 

Henk Schutte