Voordat mijn boekje “Ik herstelde van een bipolaire stoornis” uitkwam, had ik al talloze artikelen geschreven die meestal zijn verschenen in de Plusminus, het kwartaalblad van de Vereniging voor Manisch-Depressieven en Betrokkenen (VMDB).

 

Hieronder ziet u een artikel dat ik niet precies kan dateren, ik denk uit 1995. Ik heb het een beetje bewerkt. 

 

                        Ademhalen tussen overgave en beschouwing.

 

In boeken en folders over manische-depressiviteit (bipolaire stoornis) is veel bruikbare informatie te vinden. In schema’s en tabellen worden feiten gerangschikt die met name het verschil tussen de manie en de depressie duidelijk proberen te maken. Ik heb daar veel aan gehad, maar toch miste ik nog iets. Ik ging zoeken naar een soort levend beeld van de ziekte, dat de kern van de zaak beknopt weergeeft en dat licht werpt op de reeds bekende feiten. Tot dit beeld kwam ik door ervaringen van mijzelf en anderen te bezien in het licht van de menskunde van Rudolf Steiner. Deze beschrijft, dat de ziel net als de menselijke ademhaling ook een (innerlijke)beweging tussen twee uitersten kent: enerzijds de “overgave” en anderzijds de “beschouwing”.

In de overgave verbindt men zich met de wereld door de daad. Door de denkende beschouwing neemt men als het ware afstand van de wereld. Met behulp van een voorbeeld wil ik dit illustreren.

     Erna heeft net een klein appelboompje gekocht en staat daarmee aan de rand van haar tuin, een steekschop in haar hand. Ze beziet de tuin en vraagt zich af waar ze het boompje zal planten. Niet te dicht bij de muur want dan wordt het later in zijn groei belemmerd. Midden in de tuin heeft het mooi de ruimte. Nog even laarzen aantrekken voor het werk gaat beginnen.

     Dit was een beschouwende fase waarbij Erna denkend haar werk voorbereidt en nog niks concreets doet. Dan gaat zij aan het werk. Ze begint op de vooraf bepaalde plaats te graven. Het boompje steunt zolang tegen de muur. Op een gegeven moment stuit ze op oude wortels. Ze beukt met de steekschop op de wortels. Ze wordt een beetje boos als het niet direct lukt. Ze krijgt het warm en trekt haar vestje uit.

 Dit was de fase van de overgave aan het werk, het denken trad op de achtergrond. Dan recht ze even haar rug en steekt een sigaret op. De rook weg blazend kijkt ze naar de kuil voor haar. Ze bedenkt dat de steekschop niet het juiste gereedschap is om door deze wortels heen te komen. Dan schiet haar de bijl te binnen die in de schuur staat.

 Dit was weer een moment van overzicht, van beschouwing. Dan gooit Erna haar peuk met een boog over de muur en pakt de bijl uit de schuur om de wortels met overtuiging te lijf te gaan. En zo komt er weer een periode van overgave, enzovoorts.

     Voordat we de bipolaire stoornis gaan onderzoeken, wil ik de polariteit “overgave-beschouwing” nog iets verder uitwerken. Tijdens het beschouwen van een situatie trekken we ons er eigenlijk uit terug. We concentreren ons en zijn daarbij meestal stil. We worden ons meer van onszelf en van de omgeving bewust. In periodes van overgave vergeten we onszelf een beetje, we gaan in ons werk op. We verliezen ons in ons werk.  We kunnen ons aan allerlei dingen overgeven bijvoorbeeld ook aan mooie muziek, kunst, seks, eten, dromen, etc. We kunnen er ook beschouwingen over houden. Dat schept helderheid, duidelijkheid en wakkerheid maar geeft ons niet het gevoel door het leven te worden opgenomen. Het denken geeft ons juist een gevoel van afstand ten opzichte van de wereld.

      Deze twee polaire bewegingen van de ziel zijn allebei nodig voor een gezonde ontwikkeling. Bij de bipolaire stoornis gaat gedurende een aantal weken of maanden één van de twee polen zeer sterk overheersen.  Stel dat voor een bepaalde tijd de overgave sterk de overhand gaat krijgen over de denkende beschouwing. De mens schiet dan na een korte en onduidelijke beschouwing snel door in de handeling. De overgave is totaal en de “storende momenten” van bezinning worden tot een minimum beperkt. Deze overgave leidt tot een eenheidsbeleven met de wereld. Het is een soort verliefdheid op de wereld, en op zichzelf. Het denken dat eigenlijk een bezinningsmoment zou moeten zijn is nu  fantasierijk, dromerig ,soms bijna mythisch. In de overgave aan de zeer beweeglijke stroom van beelden en associaties worden allerlei “hogere waarheden" beleefd die echter bij nadere beschouwing vaak tussen de vingers door glippen en moeilijk op te schrijven zijn. De denkende beschouwing, die een objectief beeld van de wereld en van zichzelf zou moeten geven, is veranderd in een zwelgen in fantasieën en illusies. De indruk bestaat echter dat men de waarheid in pacht heeft. De “bekrompen” mensen in de omgeving hebben geen begrip voor de hogere inzichten van deze “verlichte” mens. Zij proberen hem zelfs te confronteren met een gezonde heldere beschouwing van zijn vreemde gedrag. Ze proberen zijn ballon van illusies door te prikken. Het hinderlijke halfbewuste gevoel dat er inderdaad iets niet klopt zal de “ingewijde” met kracht onderdrukken. Hij voelt onbewust aan dat een zakelijke, heldere beschouwing van zijn daden tot gevolg zal hebben dat hij uit zijn halfbewuste paradijselijke toestand zal worden verdreven. Daar zal hij zich met hand en tand tegen verzetten. Iedereen is gek behalve ik. Hulp is dus niet nodig…Het is duidelijk dat het hier over een hypomaan- of manisch mens gaat.

Wat nu, als men in een beschouwende houding blijft hangen en men niet tot de daad kan komen? Zoals reeds genoemd is het wezen van de beschouwing dat men afstand schept tot de wereld om een duidelijk bewust overzicht te krijgen. Het is een terugtrekkende beweging die leid tot de wakkerheid die nodig is om de dingen helder en bewust te beschouwen. Het wordt pas ongezond als deze fases van beschouwing niet, of onvoldoende worden afgewisseld door fases van overgave. Iedereen die een diepe depressie heeft doorgemaakt kent dat krankzinnig makende gevoel van “boven de dingen te hangen”, er niet “in” te komen, zich niet te kunnen verbinden. Er is een enorme blokkade tegen alle activiteit. Het enige wat de depressieve mens goed kan is piekeren. Piekeren is een vorm van beschouwen waarbij men de negatieve dingen helder ziet. Doordat men in deze negatieve beschouwingen blijft hangen worden zij tot een soort dwanggedachten.  We zijn met ons gepieker eigenlijk een soort gevangenen in de kerker van ons hoofd. Het lukt maar niet om uit die kop in onze ledematen te komen en tot actie over te gaan. In die kerker van ons hoofd beleven we een enorme eenzaamheid, schuldgevoel en angst. Eigenlijk is die kerker ook een soort doodskist. Hoeveel depressieve mensen hebben niet uitgesproken dat zij zich al dood voelden?.

 Samenvattende zouden we kunnen zeggen dat het gezonde ademproces van de ziel dus “bipolair” is: Een gelijkmatig pendelen tussen “overgave” en “beschouwing”. Het woord “bipolaire stoornis” wil dan zeggen dat het gezonde bipolaire ademproces is verstoord en dat we een tijd “monopolair” dreigen te worden (doorgeslagen naar één pool). Bij de manische mens slaat de pendel door naar de overgave, de beschouwing treedt terug. Bij de depressieve mens slaat de pendel door naar de beschouwing, en is de overgave geblokkeerd.

  De kunst is nu om het dynamische evenwicht weer terug te vinden en dan te bewaken. Dat is geen eenvoudige zaak en het kost vaak veel tijd.